zaterdag 19 mei 2018

Bureauparcours














Het was weer prijs, mijn ommetour langs het sympathieke [By’ro] in de Maagdendaele  te Oudenaarde... elke keer ben ik aangenaam verrast door de intieme en onpretentieus kabinetspresentatie te midden van bezige studenten en met de achtergrond van historisch archivisme... een wonderbaarlijke plek waar alles harmonieus samen blijkt te komen... aan het einde van de gang, rust: het zand loopt ongemerkt tussen de fragiele tralis... het is de onophoudelijke verbrokkeling van ons bestaan – nu nog een mogelijke herkenbare vorm, iets sculpturaal als een onafgewerkt marmer van Michelangelo, de nog te bevrijden slaaf, tussen brut steenbreuk en zacht vloeiende lijnen... opgehouden door een precair weerstand, door vocht nog samenhangend, maar weldra verbrozelend in het op te keren niets...




De zandobjecten van Emma Van Roey hebben iets ambitieus: proberen een onmogelijkheid vorm te geven. Lichtjes weerhouden door was en draad, het tijdelijk gewichtige van samenhangend zandkorrels te vrijwaren van de elementen. Onbegonnen werk toch begonnen en omsponnen, gezet en met rust gelaten; want rust straalt het uit, de langzame aftakeling van de sculpturen – tijd is haast hoorbaar in het geritsel van de korrels die zonder uurglas naar beneden tuimelen, onophoudelijk door rode draad of welke daad dan ook...


De draden die zich zelf omstikken, tekentechniek van schakering en wisselende richtingen vormen images als rode wijn vlekken, of uitdijende bloedvlekken op doek, welk de onophoudelijkheid ervan niet kan tegen houden, zoals een obsessie die niet te bedwingen is, dag na dag, uur na uur, voort durend terwijl de zandkorrels door de mazen glippen..; voort en verder durend verlies die er altijd is maar die wij haast nooit zo duidelijk te zien krijgen... Ik bezocht de tentoonstelling aan het begin, maar wil zeker terug keren, al wetend wat ik zal zien: de gevorderde aftakeling – en toch intrigeert het mij, zoals het repetitief wederkeren van kruissteken of de geplogenheden van elke dag.

 



















Ik was van plan dan verder naar het MAC’s in Grand Hornu te gaan om de (laatste) tentoonstelling van Jef Geys “Quadra” te zien... maar de zandkorrels lopen soms sneller dan wij denken en besloot een ander keer met meer aandacht te gaan kijken... 










Zo was ik dan goed op tijd in Brussel om naar het “Kanal Brut”, openingsweekend van het nog uit te werken Pompidou-dependance te bezoeken. Reden hiervoor was naast tentoonstellingsbezoek een laatste kijk op het bijzondere gebouw van de Citroën-site te bewonderen alvorens deze in de reconversie verdwijnt... want ook al houden ze zoveel van het origineel over, zal het zeker niet meer zijn wat het was. (...een kijkje naar de gepresenteerde modellen bevestigt: ze gaan het zo of zo verknoeien – want hedendaagse conservatienormen laten een ‘garageopstelling’ zoals deze niet meer toe...)

En ja, noodgedwongen hadden ze al wat modificaties ondernomen, zoadat een totaalbeeld niet meer mogelijk was. Met wat verbeelding ging het nog juist, en zo heb ik met plezier de site en het (temperatuur en licht-ongevoelig) aanbod uit de collectie kunnen bezoeken. Tinguely (l’Enfer) om de toon te zetten aan de (kanaal-) ingang; en dan als eerste ons dierbaar M.B. met de waarschuwing “Au-Delà de cette limite les billets ne sont plus valables” (... in een interessante configuratie: bureau met daarop filmprojector in richting van de film te zien op een brede pilaar – maar de projectie komt in feite van een digitale beamer op het plafond... een hedendaagse interpretatie van originaliteit...  de "originale imaginaire" dus - en op zich al interessant.) op linkerzijde een oud bekende van weleer, Documenta IX, de tapijtenzetels van Franz West ‘auditorium’ (...naast de Toilet van Kabakov als ik mij goed herinner) en een goed introductie tot een speels en los ontdekkingsparcours waarbij het gebouw vooral een aangename sfeer ademt. Heel wat ‘usual suspects’ die soms voor de hand liggende links maken: de compressie van Caesar, verschillende metaalbewerkingen van Calder & consorten, maar ook zweverige hangende structuren, bouwsels, design, beetje mix & match, met hang naar walibificatiemaar juist net niet... Ook de combinatie met (jong) talent uit de omgeving (was aangenaam verrast om een opdracht video-werk van Ariane Loze te zien achter de wisselstukkendepots – zie ook mijn artikel over haar werk in november 2016) Dus de combinatie van opdrachten, environments, theater- en performance gedeelten is iets positiefs, ook al is de idee om elke keer de volle pot te moeten betalen wel afschrikkend... de prijzen liggen in de lijn van zo een onderneming, mar toch... er is wel veel te zien en doen, en de pop-up horeca en ligging maken het wel geschikt voor familie-uitstapjes en dergelijke... het is in elk geval een aanwinst – hoe men het Brussel-Belgische communautaire gekibbel ook mag draaien, en wellicht een niet onproblematische verder gentrificatie van de kanaalbuurt – maar dat was al vergaand gebeurt met pronk- en nieuwbouw... hopelijk houden ze de lijn van het fraai Citroëngedacht in ere – zoals de onontbeerlijke afgeslankte ‘DS’ van Orozco in de voormalig toonzaal...


Normalieter stond een bezoek aan s’Hertogenbosch op het verlanglijstje, om een werk van Kurt Ryslavy te zien, maar helaas alweer niet gelukt,- hij lijkt schimmiger te worden met de dag – wel tot Luik geraakt waar in het kader van de bezienswaardige tentoonstelling rond de activiteiten van het Cirque Divers (ah, wat waren dat toch voor opbeurende tijden!) “de une certain gaité” een performance-reeks presentaties rond feministische thema’s plaatsvond... De Cirque was in de jaren 70 een vooraanstaand bastion van vrouwelijke vrouwenkunst en performance – dus dat mag zeken nog eens onderstreept worden. Het deel dat ik bijwoonde (op uitnodiging van Annick Nölle) was een soort speed-dating formaat, waarbij elk vrouw een bezoeker voor een tête-à-tête aan een tafeltje ontving – interessante ontmoetingen – (die met de pigmento-chickenhearts made to jump into moustraps by way of gold-clad vibrator was wel een bijzonder...) Hierover allemaal nog meer volgende keer...

donderdag 3 mei 2018

FFC in MuHKA
















Curator Bijl kijkt met Directeur De Baere naar reportage uit 1984 van Wim van Mulders






Frank F. Castelyns in het Museum voor Hedendaagse Kunst – zoals het hoort, zoals hij het graag had gezien... Helaas heeft hij het niet mogen meemaken, maar zou blij zijn met de opstelling die Guillaume Bijl heeft gemaakt: Guillaume was van meet af aan supporter en het is ook door hem dat ik Frank heb mogen leren kennen: Het verhuis van een in elkaar zakkend “Depot” (Godefriduskaai) naar het Spajaardsteeg in wat toen nog echt oud havengebied was. Vele composities waren al samengesteld maar nog niet gekleefd, wat eiste dat elk apart langzaam en voorzichtig moest worden verhuisd, en zo de operatie tot een week uitdraaide... Uiteraard moesten speciale stukken ook naar andere Depots in de Korte Nieuwstraat en Karel Oomsstraat.



 












(waar deze door hem zelf geënsceneerde foto werd getrokken tijdens voorbereiding van zijn tentoonstelling “De Verjaardag van de Laatste Opgraving” in Inexistent)


 
Ik leerde hm kennen als een zachtaardige, humorvolle en warme mens die echt alles over had voor zijn kunst... een raar voorbeeld van totale overgave aan de inspiratie van het moment, van de vele weggeworpen sculpturen die hij niet kon laten liggen, samenbrengen met andere spullen in converserende composities die iets tussen meta-theater-decor en assemblage, merz en constructie waren, die dan nog intercaleerd werden met vrij klassieke tekeningen en tekstfragmenten, nota’s poëzie... Het had allemaal de tendens naar ‘Gesamtkunstwerk’, waarbij de kunstenaar zelf deel van het beeld uit maakte, zijn woonst(en), zijn zakken aan de fiets, zijn zakken vol spullen, zijn tentoonstellingen, die verlengden waren van zijn netwerk van opslagplaatsen en als tijdelijk ‘depot’ functioneerden in een voortlopend proces.













 
Zicht op deel van installatie in Inexistent 1988: combinatie van ouderwetse picture show, gezellig zithoek en environment, hachelijk gebalanceerd op basis van overtolligheden.
 

Op eerste gezicht leunde het aan bij herkenbare stromingen, misschien beïnvloed door nouveau realistes, accumulation, decollage, arte povera, pop, etc... ook een reden dat bijvoorbeeld tijdens de expo in Inexistent een collectioneur meende dat het zeer ‘Dèjà Vu” was... terwijl een echte lezing pas bij nader inzicht opkwam... men moest geduld hebben en ook iets voor over hebben... Wat gegeven de materiaalcultuur van zijn werk niet altijd evident was, vooral voor de meer ‘proper’ aangelegde toeschouwer was het soms moeilijk om over het ‘afval’ aspect heen te kijken. Wellicht daardoor is zijn werk nooit tot een groter publiek doorgestoten, hoewel hij zeer goede tentoonstellingen maakte, zowel in industriepanden allerhande als in galleries, in binnen en buitenland (ik denk hier aan Grita Insam in Wenen bij voorbeeld).
 
Hij was dan ook geen commerçant, hij werkte niet met ellebogen, hij was veel te zachtmoedig en terughoudend voor het regulier kunstcircuit. Deel van de installatie in Inexistent werd eigenlijk ‘aangekocht’ door een Nederlandse verzamelaar, maar die moeilijke onderhandelingen rond ‘forfaitaire aftrek’ in de vorm van tentoonstelling in Nederland en de waarde van promowerk etc draaide uit op niets... hij liet het onderhandelen aan mij over en uiteindelijk kwam er ook geen geld over de brug, zodat de beloftes allemaal verwaterden...
Deze hommage aan FFC zou hem zeker bekoren... het is een installatie met de allure van een klassieke en traditionele expositie: iets waar Frank ook altijd aandacht voor had, en onderhield met verdere studies aan academiën allerhande... Zijn geschriften komen hier ook goed aan bod, iets wat regelmatig overzien wordt, hetzij op de poëzieavonden aan welke hij deelnam... maar ook hier voor een specifiek publiek. Met deze mooie homage zal een breder publiek een klein indruk kunnen krijgen van een bijzonder kunstenaar en uitgebreid oeuvre...
 
(veel van zijn werk is bij de Verbeeke Foundation gestockeerd, en (soms) gedeeltelijk toegankelijk...)

maandag 9 april 2018

re re re pro cedere Aerts in Sr

Pro Cedere
 
Even in de Second Room binnenspringen, springtime, saison begint na de winterstop... aan de muur een serie doeken van Egbert Aerts. Serie, reeks suite van werken zoals wij van hem gewoon zijn, een pad volgend waarbij zowat alles komt kijken, abstract representatief, banaal intrigerend, déjà-vu nouveau... Deze dan zijn re-repro’s, of re-re-reproducties al dan niet gemodificeerd: eigenlijk afdrukken van de reeks schilderijen ZT/ZN deze keer wel voorzien van naam en nummer, op canvas weliswaar maar elektronisch-druktechnisch repro van eigenhandige schilderijen van fotografieën uitvergroot aleatiore geselecteerd en associatief samengesteld... Veertig stuks, staat er op, arrangeert zoals een partij ‘memory’, het brein wil en moet elementen bij elkaar brengen... voetbalkaarten, verwoed verzamelen van belangrijke en minder belangrijke spelers om een ploeg te vervolledigen, groeperen, rangschikken, plaatsen, ook al is er eigenlijk geen reden voor... inzoomen op afwerkingdetails, mijmeren over de drijfveer, onderzoek naar het zin van dit alles en nog wat... Aerts doet het al een tijdje, en hier een korte bijeenkomst van representaties van beelden die herkenbaar onduidelijk zijn, waar de elementen juist niet hard genoeg vloeken om ons af te weren, maar ook geen gemakkelijk toegang verlenen... proces en procedure, verdere ontwikkeling van een ingewikkeld verhaal des bestaan en het waarom daaromtrent. 

dinsdag 27 februari 2018

ZeliBy'ro

Wel,
Heb nog eens de tijd gevonden om in Oudenaarde aan de Schelde het mooie pand van de KABK te bezoeken en het daarin geherbergd [By’ro] desk for contemporary art cureert door Philippe Braem. die ik al lang ken en die altijd weet te verrassen en vernieuwen met zijn diverse initiatieven... Hoewel het By’ro niet echt op de grote kunstassen ligt, is het een van de beste redenen om een ommetoer in deze regio te maken ...

Ook deze keer was het de moeite: een jonge dame uit het Gentse die het verstaat de combinatie van het surreëel-ogend alledaagse met speelse lichtheid en understatement toch monumentale kwaliteiten te geven... ze speelt raak. Zeli Bauwens veroorzaakt met lichte shifts een andere ervaring die soms pas even met vertraging op gang komt. De methode aan zich is niet nieuw, maar de onpretentieuze manier en ontwapenend directheid brengen de wel gevonden scènes op een hoger plateau, waar de verdere mogelijkheden al in zicht kunnen komen... het gaat hier om een potentiaal welk aangeduid is en de verbeelding aanspreekt zoals men van een maquette mag verwachten, maar het spannende is juist het doenbare als bevlieging te portretteren.



















Om te beginnen met de Venus van Milo beneden aan de trap van de academie – ik geef toe ik ben er aan voorbijgelopen, terwijl de arme Venus in twee is gezaagd en haar torso horizontaal op haar bekken rust – een ingreep brutaler dan de schuiven van Dali, maar de plaatsing is zo verborgen in volle zicht dat het weer een verrassing teweeg brengt...  Zeli Bouwens verplaatste deze en andere klassieke bustes van de academie rond het oud kloostercomplex en maakte een intrigerende fotoreportage van haar vondsten... bij welke echt geslaagde momenten, maar ook in het geheel een curieuze oefening waarbij men de dwaaltocht goed kan volgen en inleiding geeft tot de geest en geestigheid van de kunstenaar. Naast grote foto met een afbeelding van een leuk kruiwagen-waterfontein aan de ingang is de bureauruimte strak ingedeeld met identieke sokkels en daarop telkens een mogelijk model voor verdere uitwerking, of, in sommige gevallen afgeronde stukken. De wisselwerking tussen maquette, oefening, model, probeersel, try-out en voltooid werk op kleine schaal maakt het geheel veel complexer dan de opstelling doet vermoeden. Gelijkaardig in schaal zijn de ensembles ofwel monumentaal of juist diminutief – het gebruik van speelgoedfiguren en objecten geven de anders didactisch ogende maquettes een speels karakter... een verademing in het anders serieus te betrachten voorstel... want tal van scènes zijn uiteraard naar het architecturale vertaalbaar, en zodanig zeker kandidaat voor menig internationale buitenluchttentoonstelling... 


Sommige spreken zelfs het theatrale aan – aan de ene kant in “on purpose” een perfecte statische sculptuur van een met aarde overhoopte bagger, maar extrapoleert naar een schaal van 1:1 rijst de vraag hoe dan en met hoeveel baggers men een zulk werk zou moeten realiseren, tot en met een fantasie van een heus bagger-ballett waarbij de baggeraars snorkels zouden moeten dragen om niet te stikken... Het is juist dit soort weggelopen inspiratie die door stukken worden aangemoedigd, en dus zo veel meer zijn dan alleen maar een leuk ‘trouvaille’. De balans is precair; niet alle stukken zijn even geslaagd, niet alles laat zich zomaar overnemen, wat ook niet hoeft, want sommige zouden bij een schaalvergroting niets bijwinnen... er zijn stukken waar dat ook helemaal naast de kwestie is “birthdaycake” bij voorbeeld, is alleen aanwezig door suggestie: de vorm, de gebruikte lucifers... een verbluffend ‘niets’ – geen taart in zicht. En dan zijn er nog helemaal verbluffende curiositeiten van meer persoonlijke aard…





Over het algemeen een inspirerende en lichtjes bevreemdende aanbieding van mogelijke stukken... meer dan de moeite waard en ik ben zeker dat wij van deze kunstenaar nog heel wat gaan zien in de nabije toekomst...

Zeli Bauwens “all things grow”
 in [By’ro] desk for contemporary art, 

in het KABK Oudenaarde, Maagdendale 31, 9700 Oudenaarde 

zaterdag 3 februari 2018

NICC 20 in '18

Eventjes terug van weggeweest, de tentoonstelling 20 jaar NICC deed mij eventjes een nostalgische oprisping overlopen... ook als marginaal betrokkene heeft het toch heel wat invloed gehad op mijn activiteiten over de jaren. Beginnend bij de bezetting van het ICC op de Meir – wij (twee kompanen en mezelf) waren te vroeg en spookten rond in het gebouw alvorens de verzamelde bezetters op de Wapper beneden door het raam vanuit de spiegelzaal te zien... dus iets te vroeg en enthousiast (een van ons had proviand mee voor alvast twee dagen blokkade...) In de volgende weken waren wij dikwijls aanwezig en volgden de verschillende discussies en afspraken... Mij persoonlijk beviel het niet dat het pand niet kon weerhouden worden en vertrouwde de beloftes maar half...













Vercammen & Lambrecht, twee kompanen tijdens de bezetting die spijtig niet meer bij ons zijn


Maar soit, het beste van maken was de boodschap. De voorbereidende vergaderingen lieten al menig barst in de verenigde kunstenaarsfront zien, en de tendens het allemaal wat groot aan te pakken begrijpelijk maar een beetje riskant... Tegen dat de vzw er was en het eerste grote project van stapel liep had ik mij al weer wat in de achtergrond als observateur opgesteld – ook al was ik bij de eerste om mij in de nieuwe vzw in te schrijven... (ietwat gepikeerd dat een unitaire structuur niet direct mogelijk was).

Het eerste thuis in de Porbusstraat vond ik maar een magere compensatie voor het prachtige paleis in ’t stad... maar er werd toch heel wat gediscuteerd en gepresenteerd, dus: looking good...
Maar ja, money doesn’t ever go all the way, en naar een tijd bleef er nog een klein bureau over, wel met hardwerkende medewerkers die mede de sociaal statuut uithamerden... om het dan in afstemming met andere cultuursectoren en verwerking in de molen van officiële instanties te zien afkalven en afschuren tot er een soort ongevaarlijke versie tot stand kwam die ook geratificeerd kon worden, maar welke voor de kleine hongerkunstenaar dan toch niet al te veel meer betekende... intussen was er wat meer ruimte gecreëerd, (schuin tegenover) vooral bureau maar stilaan weer wat plaats voor presentaties... de verschillende eigen vzw’s en afdelingen deden het intussen ook beter en gedeeltelijk kon man wel van een nationaal overkoepelende kunstenorganisatie spreken... samen met nog wat initiatieven die allemaal ingeschreven waren in de institutionaliseerde rat-race naar de professionalisering van het veld (diametraal ingestraald, weet je wel)... er waren heel wal belangenbehartigers op de kar gesprongen.

Brussel droeg dan een tijd lang de fakkel overgenomen van de initiators te Antwerpen, en ook het luik van Luik was een interessant stem... maar ik geef to ik was niet meer al te nauw betrokken, en in feiten niet zeer kunstig bezig...en zeker niet professioneel... dus

Maar met de recente weerkomst naar Antwerpen was ik nog eens curieus en zag dat er weer leven in de brouwerij kwam... en deze sympathieke tentoonstelling 20 jaar Nicc is een hartverwarmend herinnering dat er toch veel kunstenaars zijn die meer als gewoon hun carrière willen bevorderen... De tentoonstelling op zich is ook een staaltje uniforme diversiteit – illustratie van de breed waaier aan soorten kunstenaars die door het Nicc samen een degelijk ernst te nemen lichaam vormen... het feit dat iedereen zich in het onpretentieuze formaat kon terug vinden is een bewijs dat geen een zich beter of boven de ander voelt, war in menig kring niet evident is... meer nog: eigenlijk raar. Het was een aangenaam genoegen om nog eens heel wat kunstvrienden te zien die zoals ik wat afzijdig zijn teruggetrokken, en misschien wel nog eens een reden om weer meer engagement aan de dag te leggen, om deze waardig zaak te steunen... als men deze jubeltentoonstelling even als verpozing neemt en terugblikt op de laatste 20 aar, uitgaand van een relatief spontane reactie op kunstsloperij, dan moet ik toch zeggen ‘chapeau’ – de verwezenlijkingen zijn niet niets, er is altijd nog werk aan de winkel, maar het Nicc toont ook dat er altijd krachten zijn die hun schouders aan het wiel willen zetten.


vrijdag 19 januari 2018

Lotsa Ludos

100 Ludo’s
Het jaar heeft zich dan toch herpakt, en nog voor de verjaardag van de kunst kon ingeluid worden kreeg ik een toevallige windfall... zomaar... 100 Ludo’s op zak... nochtans had ik niet gespeculeerd of geïnvesteerd... Ik voelde mij de grote winnaar, en kreeg een crisp new banknoteoverhandigd... Wow...
Wat dat betekend weet ik nog niet... ik moet terug denken aan de Nanards* van Angel Vergara Santiago, die zijn Währung eerst in cafés, dan in de kleinhandel in omloop bracht... vooral in de Frans-Belgische grensstreek langs de Meuse... Ik had fors geïnvesteerd in dit nieuwe betalingmiddel, maar de verhoopte winstmarges bleven uit... en het duurde niet lang alvorens ook de handel zich ook terugtrok uit het pseudo-monetaire systeem... Maar ja, hier handelt het zich om een andere dimensie... wij zijn ook ver gekomen sinds de jaren 90... en zijn heel wat verrichtingen intussen elektronisch virtueel... ja er wordt zelfs heel hard gespeculeerd op niet-bestaande valuta, cryptocurrency als je zo wilt... maar dan op een bekend systeem van internet platforms... dus voor de nerd zo simple comme bonjour, ook al heb ik nog altijd graag wat kleutergeld op zak.
Ludo’s zijn een ander paar mouwen... of uw mouwen in een ander dimensie, in een ander tijdsfeer langsheen superstring-orkesten die klankasten via wormholes naar de instrumentenmaker terugsturen... the origin of the speciën geld zeg maar. Maar hier wringt het schoentje... en ontstaat verwarring... Vanuit de zicht van mijn tweede rij Hobo-superstring-orkest zie ik maar negen ruimtelijke dimensies en een tijdelijke... of ik zie maar even alle tien als geheel samenspel – maar waar ik dan begin verloren te geraken is bij het aanschouwen van tien ruimtelijke en een tijdelijke... dus elf... en gezien de Ludo’s legal tender zijn bij de bank van de M-dimensie, vermoed ik een postbusfirma – ene die al lang verdwenen is als men door de tijdelijke dimensies verzwaard fysiek daarheen ijlt om persoonlijke klantenservice aan de balie te eisen...
Een nepadres dus, of toch ten minst voor diegene die zijn blijven hangen in de Supstring-theoretische enclave van maar 9+1 dimensies... ja, ik geef toe, ik ben niet meer mee... ik vertrouw de gangbare elektronische betaalmiddelen maar halverwege, laat staan de bitcoins en blockchains... hoe moet ik dan het vertrouwen bijeenhalen om mij vol overgave op deze toch zeer theoretische vorm van waardedeling te storten?




Vertrouwen... ja, dat is misschien een van de weinige ingrediënten die hier aanwezig zijn... vertrouwen in de degelijke heer Ludo, gekonterfeit op het biljet van 100, die, over de jaren heen altijd aan de cutting edge van artistiek en wetenschappelijk vooruitstreven is geweest, en ook in de donkerste hoeken van holografisch bestaan zijn recht heeft behouden... dit vertrouwen stamt van de tijd van een voorstel twee kameleontische gekko’s in de leegte los te laten, om de relativiteit van hun (en onze) kleurenblindheid vast te stellen... ter vervanging van een archivalisch project in welk de begraven schatten van een eermalig cinematografisch bestaan weer moesten opgegraven worden... mits afbraak van een grote blok luxeflats aan zee...





hier eentje terug gevonden:
10 Nanard van Angel Vergara Santiago, ergens in de 90's...


(moest ook denken aan andere biljetten, die limieten ervan (metro MB) maar ook een recente voor
werklosers van de PTTL crew uir Brussel - Eurobabels...













en ja, bijna vergeten ( tijdje geleden )
de eigen 'Inexistent Bank' met gelegenheidscopure van 36 misteriosos...X
(met portretten van Rubin & Nibur... that'"s really fifty-fifty)









ik weet ik weet, onvolledig - er is een stuk afgehakt
met guillotine no less...

zaterdag 13 januari 2018

VW Nihil


WOUT VERCAMMEN  NIHIL
1938 - 2018






Gisteren hebben wij Nihil Vercammen begraven...
Plots is hij gegaan, na ons over de jaren
verschillende malen op stang gejaagd te hebben
met zijn acrobatische ongevallen en 'run-ins' met automobielen...
zijn dare-devil antics en schier kamikaze-achtige attitude
dachten wij hem gaat niets gebeuren
en zo was het ook uit het niets
nihil

Belgium's most atrtistic artist wellicht;

Sayonara Tokio


image from years back: VW in front of photograph of a V2 strike in Antwerp 1944
just when he and his mother were passing in a tram - all windows blown out & lots of damage
except VW
(during exhibition ELM at inexistent 1993)