zaterdag 14 september 2019

Tyfus slaat weer toe


Dat is niets nieuw, want hij is altijd bezig en het is voor mij intussen niet meer mogelijk om al de activiteiten bij te houden, bij te benen of bij te wonen… Enkele keren in de NOR geland, dat wel, maar voor de rest de draad een beetje kwijt… heb wel wat gezien tijdens de zomer maar toch niet echt om mij te verbazen… en zo is het dan alweer herfst… maar juist daar:
Een prachtige kleine homage aan RTVS in de Pinkie Bowtie… Het was wel in da maak, en mijn fotoarcheif werd ook even geconsulteerd, maar de jaren in kwestie zijn een wazig boeltje, en zo ook de afbeeldingen ervan… een heel onduidelijk moment in de AK-37 waar Rudi en Rom opstaan, maar onzichtbaar indien niet op gewezen…









Rudi in de AK-37 aan zijn Roland, terwijl Roland juist ter zijde uit beeld
op fluit speelt... (dit is nog een halverwege scherpe foto van de sessie... wanneer? eh... 94?... to be researched)

Geen nood, Dennis heeft prachtig fotomateriaal gevonden, en naast kleine expo met bijzonder materiaal uit de early sixties, situationistische contestatietijd, ook een LP met bijhorend boekje met interviews van de Maxen, regulars van het Radio & TV Salon… want daar is deze homage aan onze dierbaar vertrokkenen Rudi Renson, Roland Rom en Annemie Defer, opgehangen… en belicht ook andere die niet te vergeten zijn, ik denk hier speciaal aan Tinne Troch, en uiteraard onze tijdloze voorzitter zaliger van RC Peter De Ceulaer…

Het is maar een klein tipje van de sluier die wordt gelicht, maar oh zo belangrijk om even onder de aandacht te brengen (maar een weekend open) en voor verdere recherches in aanmerking… Toevallig had ik in een ander zaak (SPUR/Kunzelmann) correspondentie gevonden waarbij Rudi Renson als spilfiguur bij de annexatie van Nederland zou moeten dienen… onder andere… maar dat is nog een verhaal verder… 

In elk geval weer een schop in de roos van Ultra Excema (UE 276) en den Tyfüüs again!




(hieronder binnenkort wat verdere lookits in de zomen, maar dit moest even gepubliceerd!)

zondag 5 mei 2019

In Geënt










Gelukkig ben ik er toch nog geraakt, de tentoonstelling van Sabrina Monitel-Soto in het [by,ro] , KABA te Oudenaarde. Verlenging met goede rede, want de moeite waard: alweer een verademing tussen de vele aanbiedingen die over het hele land verspreid de aandacht van het kunstminnend publiek proberen op te eisen: het kleine [by’ro] in het prachtige Maagdendaal is voor mij alvast een noodzakelijk halte geworden, ook al is het niet altijd evident er te geraken.



De kunstenaar combineert eigen materiaal met stukken uit de collectie van het Afrikamuseum waar zij een artist-in-residence parcours aflegt, en vondsten uit de rijke gipscollectie van de academie zelf, op een wijze die het persoonlijke, voorzichtige en precieuze tegenover een problematische geschiedenis zet: zij maakt geen opdringerige waardestatement, maar legt de problematiek op een wijze bloot dat juist de grens tussen aantrekkelijke afstoot bewandelt: hoe kan het dat zulke pracht dan weer zo wreed beladen is? Als Venezolaanse die al geruime tijd in Europa leeft heeft ze een diversifieerde kijk op beide kanten van de vraag: Hoe kan deze wreedheid dan ook zo banaal zijn en zo veel schaduwen van grijs werpen over alle sujetten?
Eigen ontdekkingen in haast vergeten collecties – de specialisten zouden het misschien weten, maar hier zijn wij, in ons dagdagelijkse onwetendheid, meegenomen op de reis en de interpretatie wat het zou kunnen betekenen, in eerste plaats voor de uitvoerende kunstenaar, maar ook voor ons, die hier eventjes mogen meevaren op het Belgisch-Venezolaans vlot dat in de gang hangt.


Water is dan ook het drijvend kernstuk: het water dat de ontdekking en uitbuiting van culturen mogelijk maakte en ons allemaal drijvend zwalpt naar nieuwe kustlijnen van verbeelding en begrijp; ook al moet men soms door destructieve onwetendheid pas te laat ervaren welk vreeslijk leed berokkend is... wij zetten hier het oordeel even op zij, ongrijpbaar als het zand dat over de ledematen van heroïsche figuren glijdt en als stof getekend op de grond verweest. De posities zijn precair, ze balanceren op elkaar, aan elkaar, verdoezelen en nemen zelf de zicht, weggedraaid of lichtjes verzet, gecombineerd waar men de verband niet meteen vermoedt, wisselwerkend met elkaar over tijd en continenten en toch zo intiem persoonlijk.






















Het is goed dat de verlenging van deze tentoonstelling er is om nog eventjes de tijd te nemen voor de aangesneden thema’s die al lang sluimeren en tijd nodig hebben om de wilde wateren van de schreeuwerige polemiek te doorkruisen en terug de stille reflectie bereiken die ze nodig hebben, van welk continent of achtergrond ook gezien, zijn ze intussen vermengd en verbonden, hoe precair ook, en hebben de voorzicht en licht toets nodig die hier aangeduid wordt... ik zelf ben van plan voor het einde nog eens terug te gaan om mij verder te verdiepen in de verschillende lagen die hier aanwezig zijn.


zondag 21 april 2019

Ogen / Blik (wink)

Wink/eye
Ogen / blik

Thomas Bakker in Secondroom 

Het was maar kort, een bezoek aan de secondRoom – ik was er lang liet meer geweest en wist niet goed wat ik te zien zou krijgen: mijzelf in feite.
Ik de toeschouwer als protagonist in een film waarbij mij plaatsvervangende handen die van de cineast als gids door een herkenbaar maar vreemd soort alledaagse standslandschap, of domestique tussenmoment misschien – het speciale van het banale nog eens benadrukkend zo dat ik niet ander kon dan volgen, en weer volgen, en vervolgens nog eens volgen... elke keer met een bijkomende gedachte en een vraagstelling wat ik daar dan eigenlijk aan het doen was... ja, wat zijn wij in feite aan het doen, daad dagelijks en alweer nog n keer?
Blik. Onverstoord vergroot, maar zacht, want het harde zwart wit is relatief nagelang jij afstand neemt: grijs en zacht of hard bij in your face, zo te zeggen eye to(t) eye/level... maar verderop boven in de achtertuin het andere oog. Hetzelfde anders, of gelijk een ander, het linker, het rechter, het gehavende parallax – onmogelijk om allebei in de ogen te kijken gelijktijdig. Onmogelijk te weten of een knippert terwijl jij niet ziet... en het andere bekijkt.
De installatie lijkt statisch, maar de blik danst van een naar het andere, even tijd nodig hebbend om te focussen, zo heen en veer zoekend, even onzeker vooraleer definitief vast te leggen – ook de projectie is op een transluscente plaat met dikte, als sculpturaal object naast keldergat geplaatst in de ruimte terwijl de projector tegen du muur aan zit, staat, draait, herhalend alsof er bij elke passage iets nieuw te beleven is – zoals een favoriete plaat die met keer op keer weer opzet.
De diminueerende sculptuur van brochureachtige catalogi, LP-achtige katernes hebben iets gelijkaardigs: toegankelijke beelden die dan weer niet zo evident lijken, waar elke keer op weer iets te beleven valt tot the geestelijke ruimte en de afgebeelde ruimte elkaar genoeg overlappen om een beeld te vormen... weliswaar nooit definitief gedefinieerd, maar toch begrijpbaar... als proces, versie, momentopname in kortstondige passage in de bijkomende kamer...  een verfrissende duikt tussen geprojecteerde constructie-elementen. 



zondag 31 maart 2019

EI Steen Huis

Huis, steen, EI / Ei, Huis Steen

Ook al zat ik vast in het verkeer, en arriveerde wat laat & buiten adem, was het juist op tijd: de groep vertrok juist vanuit het Experimental Intermediahuis aan de Sassekaai naar de overkant: Ik liep mee in een beweging van aankomst & vertrek: zonder uitleg, en dat was goed zo. Aangekomen aan het bewuste huis in de straat aan de overkant waar sabine oostelynck (SO) had gewoond, begonnen te twee performers, gekleed in blauw werkpak (blauwmannen) met de extractie van herinneringen in de vorm van een lange slinger aan welk fragmenten van het verleden hingen: stukjes tekst, namen, datums, images van werken, situaties, mensen, momenten... een vloeiend rangée, doorlopende associaties die met wat kracht en overtuigen uit het venster van het bovenverdiep moesten getrokken worden, niet te snel of brut om de stroom de gedachten niet te onderbreken...

Wel knipte Ieke Trinks aan het uiteinde de documenten van elkaar en archiveerde deze onder een steen... was dit de steen, of was dit een deel van de steen of was de steen gewoon een praktische, neutrale steen? De rest van de gedachteslinger werd op een koker gerold, twee aparte opbergmethodes, twee stoelen voor de mogelijk vermoeide toeschouwer, twee performers in tandem, een duo maar niet helemaal synchroon, misschien eerder symbiotisch. De een levert de subjectieve herinneringsmaterialen, de andere de buitenstaande methode, samen realiseren ze dit werk, elkaar ondersteunend en als een soort echo, aanvullend, lichtjes verschillend nadruk leggend aan de herhaling, de reflectie, communicerende vaten waar het vloeiende stof verschilt van evenwicht tot alles tot rust is gekomen.



Process: de twee vensters van het EI - huis worden vijvers in welk de herinneringsdocumenten worden verwerkt, als onder een oppervlak, zwemmend, dansend, draaiend, hier weer, twee gelijkaardig verschillende zichten, parallax, een losbladig, een lineair, beide uiteindelijk opgeborgen in de ruime blauwmannen, nu als pneumatische figuren tegenover elkaar spiegelend. Terug naar buiten, terug naar de overkant terug stoel om te zitten, deze keer het parkje in, bij schemerlicht wordt water uit de dok gehaald en de steen die er zowat verloren in het gras slaapt ingewreven met plaksel waaraan dan de archiefstukken die intussen uit de blauwmannen worden gehaald voorzichtig geplakt worden. Een ritueel, simultaan samenwerkend, een soort balseming van een granieten lichaam die de uiteindelijke bestemming van het dossier blikt te zijn: hij was jaren geleden geplaatst door iemand die misschien wel als viking kan worden identificeert... Hij dient nu om de herinneringen gelijktijdig te openbaren en te verwezen, aan het lot, het toevallige over gelaten, bevrijd van de opsluiting in een gelaagd stratus der herinneringen.


De steen is helemaal aangekleed, het huis is verlaten, het EI nodigt uit met zijn warm licht over het water om nog samen een drankje of kommetje soep te genieten. Het is gezellig in de keuken. Er is goed werk verricht. De blauwmannen en resterende herinneringen liggen in een hoek van de expositieruimte. Iedereen is tevreden.




het jaar verliezen

het jaar begon met een rij verliezen
dus was er weinig animo
om veel te zeggen...


 

zondag 10 maart 2019

Antwerpse zelfverminking




                                           twas een raar begin van het jaar, geen blogzin tot nu
Antwerpse zelfverminking,
Alles behalve groen


Antwerpen breekt zich in sneltempo af – allemaal voor de verbetering zo zeggen ze; ik zeg: hoed u voor verbeteringen. Het lijkt meer op een megalomaan egotripfeest, een soort liberaalgeïnspireerd Ceaucescu-plan met grote esplanaden en overdreven toekomstexpansies welke de stad helemaal van zijn karakter beroven: euronorm... of meer nog, doordeweekse internationale mediocriteit... uitzonderingen zoals het havenhuis een zeer dure vergissing zo lijkt het, terwijl juist daar met originele bouwsubstantie en omgeving rekening is gehouden... voor de rest is het architectenfantasie, al dan niet goed uitgevoerd... en gegarandeerde leegstand... Het is spijtig te zien hoe waardevolle oude gebouwen moeten ruimen voor een ouderwetse toekomstvisie: een die in het Brusselse noordwijk (WTC -een paradevoorbeeld van hoe het niet moet) recent nog in de Rotterdamse Architectuur biënnale annex als nefast werd geïdentificeerd: de hedendaagse problematiek van climate change grotendeels negerend voor kortzichtig winstbejag en het gewone beton-gieten… 
Het eilandje is verloren, men trekt zich terug in de volkswijken... Zeefhoek, Borgerhout... maar daar is het alles behalve groen – ook al is het de enige gemeente die niet door de Nationale Volksarmee (NVA) is overlopen, vinden de rood-groene coalitiepartners niet beter dan ook hier alles op te graven en over hoop te halen, in de verdwaasde notie dat een nieuw wegdek de scheefgetrokken sociale verhoudingen kan corrigeren... Zo is na knip in de Leien ook de hele toegangsbuurt naar de stad gepeperd met bouwwerven en slijk en verkeersellende en overlast welk jarenlang aansleept en de bevolking met zijn eigen belastingsgeld ziek maakt... Als het dan om echte verbetering zou gaan... maar de recente vernieuwing van het Moorkensplein rond het districtshuis geeft een goed idee van de mentaliteit, die meer bomen, minder verharding, gezelligheid en rust heeft beloofd tijdens de verkiezingen... om dan het tegenovergestelde te doen: de hand-gehouwen natuurstenen kasseien die al twee Duitse invasies hebben standgehouden worden weggehaald, het waterdoorlatend tegelplein opgegraven, bessenstruiken verwijdert, één boom met rust gelaten en een tulpenboon ‘verplant’ in de heetst van de zomer... na rioolwerken werd de rijbaan heraangelegd met maar liefst twee meter betondiepte (Bus) en dan het hele plein toegegoten met beton en daarin nieuwe steenblokjes om een kasseisfeer na te bootsen, enkele kleine kuiltjes met boompjes – zo van die vergevingsgezinde die nooit genoeg plaats krijgen om volwassen te worden... een waterpartij met de typische waterspelen die na een jaar blokkeren, wellicht met kleurlichtjes (nog niet aangesloten) naast een strook struiken en design-banken (de oude degelijke zitbanken weggehaald) die niet helemaal verhard is: misschien een vierde van de oorspronkelijke waterdoorlatende oppervlakte...
(hier moet ik ook denken aan de onkruid-vijver in het stadspark: ooit ‘thuis voor heel wat watervogels en aangenaam vertoeven, nu sjofel braakgrond waarin ook nog veel te veel plaats dichtgebouwd wordt met “vrijetijdsinfrastructuur”... zones met groen verdwijnen overal, boomrijen gekapt... noem maar op)

de miskleun wordt dan ook verlicht met moderne LED-technologie vanuit modisch-scheve lantaarpalen en het districtshuis zelf in een feerieke disney-verlichting gezet, waarvan de helft van het licht de buren parte spelen... een buur van mij had gevraagd om ’s nachts de lichten uit te zetten of ten minste te dimmen: njet: de belastingsbetaler zal de hele nacht door van zijn nieuwe fel-wit decoratie moeten genieten! Naast het strontparkje overlast dat met ecologisch hout uit zweden is getimmerd op de plaats waar families gedwongen uit hun huizen waren gezet, zijn ze nu alle straten in de omgeving aan ’t opgraven om te verbeteren: ook hier zullen ze wellicht de schone handgevormde 19-eeuwse boordstenen van zwart en roze graniet vervangen door cementen standaardexemplaren de na enkele jaren afbrokkelen... Er zijn boompjes beloofd, maar intussen worden de wortels van de bestaande bomen zo beschadigd dat deze ook een precair bestaan zullen hebben in de nieuwe uitgedroogde omgeving, want het grondwater zie ik in de komende jaren niet veel stijgen, en het weer gaat alleen maar extremer worden... antwoord blijkt te zijn: nog meer beton verstevigen!  

maandag 19 november 2018

Singelingen rond het ontastbare

Het was weer met veel plezier op ontdekking te gaan in her [by’ro] te Oudenaarde – intussen een welbekend plek die toch weer zijn aantrekkingskracht uitoefent: een referentie naar de vorige tentoonstelling die dan op de achtervolgende invloed heeft: zoals in het leven zijn de dingen, ook zonder gekend te zijn, verbonden... De creatieve geest help bij een benadering die niet altijd rekenkundig te identificeren is...
Zo ongeveer zie ik het werk van Leen Vandierendonck... Vertrekkend van wetenschappelijke modellen, zet ze deze gelijktijdig op een helling in een bad van donker materie... netjes uitgewerkte twijfel, scherp afgelijnd tegen het onkenbare, veronderstelde, aangevoelde... zwevend in een bodemloos universum verankerd aan schoolbank of ezel.

 Wittgenstein & variaties

Al bij de eerste insteek komt ‘vanalles’ boven – toeval wellicht had mij recentelijk in teksten en referenties van ene Amalia Pica laten verdiepen de vertrekt uit het feit dat de verzamelingenleer in de tijd van de Argentijnse Junta verboden was... wat zij dan juist als aantrekkelijk vertrekpunt gebruikte... Ook hier staat de verzamelingenleer in de vorm van een ‘carnet d’etude’ vooraan de reis in het ongewisse... De gedachten worden herhaaldelijk opengeklapt: al beneden alvorens het stijgen van de trap zijn er ruimtelijke modellen te zien: fiches donkerheid en modeldoos met variabele plooivorm: onze gedachten zijn eerder variabel, ook al proberen wij deze in schema en ordening vaste plaatsen te geven. Maar onze plaatsen zijn niet vast, laat staan geordend. 

Ook was ik aangenaam ons oude bekende Kelvin en Poincaré terug te vinden – ooit speelde ik met des vierkantig-puntens ideeën in de ruimte niet ver de Schelde op in Doornik... Kelvin’s ‘donker lichamen’ werden bij hem “matière obscure” en daarmee mysterieuzer... Hier ook is die vertegenwoordiging een glansloos charbonnage-verf, een donkerte die het oog inzuigt en niet meer lost. Op verschillende manieren komt het in vlakken en ruimten, interieur van explodeerde dozen, systematisch als alfabet opgerijd, of een falanx frietbakken, bodemloos verankerd... alweer, en boven de deur al icoon wijzend naar... hemel, heelal, wie zou het weten.













(verloren figuren, reflecties)


Deze verschijningen zetten zich af tegen de wederkerend vlakken met welke de vermeende ruimten worden gedeeld: zij zijn object en subject van onze onderzoekingen in klaslokaal, bureau, atelier & laboratorium... zij verwisselen zich met andere materialen die congruent worden uitgesneden en vervangen, ze houden de tussenruimte vast, tussen verdiepingen en perspectieven, explosies, extrapolaties en golvende zeeën van herhaaldelijk lege vlakken... of niet? Goud-schimmerende reflecties van uitgespaarde posities hangen als ‘gegenstandslos’ in de kleur, aardige aardekleur die net als het diep oeverloos zwart herhaaldelijk opduikt en die wel een relatie heeft met de menselijke gestalte... Wittgenstein komt even om (in) de hoek kijken, wat helpt bij het zoeken naar een uitgang van deze filosofische fles... maar uit de doos kruipen moeten wij zelf... 
Leen Vandierendonk geeft ons juist genoeg informatie en vergelijkingen om zelf conclusies te trekken zonder dat deze elkaar vernietigen – mutually applicable. Het was Zwicky die ontdekte dat de spiraalbeweging van de sterrenstelsels sneller waren dan verwacht en dat er meer donkere materie moest zijn dan verlichte... Zo ook wij, in onze maalstroom van onwetendheid, maar toch in staat terug naar de parkeerplaats en de autosleutels te vinden... ook al waren wij heel eventjes weg van dit alles in een eigen universum.
Knap. 
exploded variable surface box & deep space fries


Ik was van plan ook tot in den Bouw te geraken, (expo als gedaan /uitwisseling met Marchin) maar helaas te laat... het universum was alweer kwartslag gedraaid.