De eerste dag verliep vrijwel volgens plan: aankomst en eerste stop bij de Seine – het Quartier Latin is nu lekker rustig in de zomer – een snelle koffie bij 'La Palette' tegenover Lara Vincy aan de Accademie. Te veel zon voor Deux Magots of Flore – het is al behoorlijk warm, hoewel niet zo extreem als een paar weken geleden, dat komt nog wel... maar 31-32°C is voor mij al meer dan genoeg... een broodje langs de oevers van de Seine en vervolgens naar de Metro Assemblée – waar ik dan dacht dat ik eens zou kijken of het standbeeld voor het Palais Bourbon misschien wel het standbeeld was waar ik al lang naar op zoek ben sinds mijn fotosafari met de foto's uit de jaren 50... en ja! Eureka, eindelijk! Waarom heb ik dat toen niet doorgehad... bijna 20 jaar geleden alweer... Dus, een goed begin.
We bereikten het hotel (achter N.D. de Lorette in het 9e arrondissement) en frissen ons op, waarna we verder wandelden (van schaduw naar schaduw en door metrotunnels). Het gebied rond Gare St. Lazare was te veel gerenoveerd/gesloopt, dus gingen we verder naar de Marais, die ik het beste ken. We kochten een soort quiche bij Manon en wat ijskoffie in de supermarkt, en gingen toen op een bankje zitten op de Place des Vosges... omdat het nog te warm was om veel te doen. Mensen kijken: meer heb je niet nodig op een hete middag – na een tijdje slenterden wij naar de metro St. Paul en reden in richting La Défense, stapten uit bij Les Sablons en liepen het Bois de Boulogne in... geen teken van afkoeling – de hitte bleef hangen in het droge bos, Lieve was bang dat het zou uitbreken in een bosbrand... Ik wilde Gehry's Vuitton-creatie zien... en vond het nogal middelmatig – ergens tussen Disney en het Weismann Museum in, maar luchtiger... niet luchtig genoeg voor de omgeving, naar mijn mening – speels, ja, maar ook de vraag of het wel zo uitgebreid moet zijn... Ik ben er niet naar binnen gegaan, maar je kunt er online genoeg van zien, en het is erg aanwezig, net als elders – ik geef de voorkeur aan neutralere museumruimtes... (Ik ben gewoon ouderwets van nature...) Hoe dan ook, door het droge bos naar Porte Dauphine en met de tram door de wijken naar Porte de Clignancourt – de sociale kloof is heel duidelijk zichtbaar tussen Avenue Foch en Château Rouge, waar je ineens in Lagos bent... vroeger was het minder grimmig dan nu – meer drugshandel dan exotische markten tegenwoordig, denken we – hoe dan ook, sommige 'clochards' zijn wel heel eigenaardig geworden; misschien heeft Flakka in Frankrijk meer voet aan de grond gekregen dan hier. Dus beklommen we weer sportief de zijtrap van de Sacré-Coeur... Lieve sleepte zich al bijna op haar knieën naar boven, niet uit vroomheid, maar omdat ze gewoon niet verder kon! Te weinig koffie, te hoge temperatuur, te lange afstanden die Chris had bedacht om binnen specifieke tijdvakken te voltooien... oef. Maar toen een prachtig uitzicht boven – ah, Parijs! Toegegeven, erg druk, met allerlei artiesten die zich genoodzaakt voelden om gratis concerten te geven, maar ach, het is vakantie, toch? (of beter gezegd, vacante dagen) – we begonnen een beetje moe te worden, namen een zijstraat naar het Bateau Lavoir en iets verderop, waar we ons op een terras nestelden. De avond valt en de honden moeten weer naar buiten – de aanblik van Fifi en Madame geeft ons versnapering van bier en kroketten de nodige luister en vermaak tot het donker wordt. Daarna een kort bezoek aan de Abesses-kerk en terug naar de metro (nog niet helemaal la dernière metro, maar de voorlaatste – want we moesten absoluut de rivier, Place de la Concorde en de Eiffeltoren zien...). Na de montgolfier bewonderd te hebben, terug naar de metro en naar huis... of liever gezegd, naar ons hotel, waar we al snel in slaap vielen en gelukkig geen last hadden van straatlawaai – een voordeel van de zomer in Parijs.
Lekker geslapen en in het hotel matig ontbeten – mijn plan was om buiten te lunchen – maar ik zag uit het raam dat de bakkerijen die ik op Google had gezien gesloten waren. Nou ja, toen vonden we een BoBo-koffiebar iets verderop, maar die was ook niet helemaal naar mijn zin: de scone was lekker, maar de koffie was een beetje te exotisch en te duur... dat is het nadeel van de zomer: alle Parijzenaars zijn weg. Geen fatsoenlijke normale koffie, alleen maar fantasierijke specialiteiten. Hoe dan ook, terug naar het hotel, spullen inpakken, afrekenen en door naar het 'Musée de la Vie Romantique' – de eigenlijke reden van de reis, want Marc R. had het van harte aanbevolen toen we afscheid namen in het ziekenhuis – dus het was een soort eerbetoon. Een charmante plek, nog steeds met een vleugje stadse amtenaren-charme (in plaats van de glanzende privémusea die je tegenwoordig overal ziet), en interessant genoeg, de voormalige woonst en collectie van Ary Scheffer – en met name de sectie met werken van George Sand – is een goede illustratie van het toenmalige 'Nouvelle Athènes', waar romantische zielen samenkwamen... oh ja, en de jonge Werther, en een paar anderen...
(een leuke kleine Gericault)
Gelukkig waren we er vroeg genoeg, want het begon al behoorlijk druk te worden. De schilderijen in de ateliers waren niet oninteressant, maar we zijn opgegroeid met middelmatige, kitscherige imitaties van dit tijdperk, en het is niet makkelijk om de originelen anders te zien... Dus gingen we weer naar: ik was van plan om nog eens naar de Bir Hakeim-brug te kijken – vanaf daar kun je een mooie wandeling langs de Seine maken en de Eifeltoren zien – maar de Quai Branly is nu zo vol toeristische attracties dat het niet meer het idyllische tafereel is dat het ooit was... toen weer terug over de Debrilly-voetbrug en het Musée d'Art Moderne de la Ville in... De collectie is nog steeds gratis te bezoeken, maar deze keer hadden we pech: de meeste zalen waren gesloten vanwege "accrochage". We genoten echter van de koele kamers en deden een paar kleine ontdekkingen. Daarna liepen we verder naar de Pont d'Alma, waar we een hapje aten op een klein terrasje voordat we de chique boetiekstraat met de grote merken afdaalden – glinsterende, lege winkels (Prada, Armani, Cucinelli, Dior, Sander, Valentino, enz.) met sportieve portiers in strakke pakken langs de Avenue Montaigne naar de Champs-Élysées, waar we vervolgens weer ondergronds gingen en dan bovenkwamen bij de Fondation Cartier in het Palais Royal. Ik wilde zien hoe het nieuwe gebouw van Chris Dercon eruitzag... (Hij had mijn galerie genoemd toen hij nog directeur van het Petit Palais was – iemand die niet vergeten was waar hij zijn ontdekkingen voor het eerst had gedaan) – maar deze nieuwe structuur in het oude gebouw tegenover het Louvre was me te afstandelijk... het is waarschijnlijk een mooie manier om je carrière te bekronen, maar het heeft eigenlijk niet veel meer met kunst te maken... dus gingen wij meteen naar de Beurs, waar nu de Pinault-collectie is gehuisvest... alweer een megaproject waarbij een groot voormalig publiek gebouw een privé-pronkstuk is geworden – de omgeving belangrijker dan de kunst, hoewel er altijd wel een paar interessante stukken te zien zijn – verreweg – in ieder geval hadden wij geen tijd meer, dus doken wij de hallen in en namen de metro naar het treinstation.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten